Het Vlie Brandt

Geplaatst door

Halve Maen zeil

Texel, Vlieland en Terschelling speelden vierhonderd jaar geleden een belangrijke rol in de economische ontwikkeling van de toenmalige Nederlanden. Terschelling en Vlieland vieren dit jaar feest om een ramp van 350 jaar geleden te herdenken: De Engelse furie van 1666. Terug in de geschiedenis.

Ons huidige leven is behoorlijk beïnvloed en gevormd door het leven van onze vroede voorvaderen in de 17e eeuw. De Tachtigjarig oorlog en de Gouden Eeuw hebben ons geen windeieren gelegd. Nederland als economische grootmacht, Amsterdam als de wereldstad, een vloot van tweeduizend schepen, slavernij, aandelenhandel, de Nederlandse taal, de boekdruk,- schilder- en letterkunst, vrijheid van godsdienst, de opvang van vluchtelingen, de opkomst van de wetenschap. De grachten gegraven, de meren ontpolderd, Amsterdam met zeker 200.000 inwoners een mondiale grootmacht van formaat, talloze immigranten vinden hun weg er naar toe. De wereld verandert, de wereld wordt ontdekt, the sky is the limit.De verstoring van de middeleeuwse orde lijkt het resultaat van  een succesvolle combinatie van  ondernemersgeest en ontdekkingszin. De bloei van Nederlandse economie en cultuur zijn onlosmakelijk verbonden met de ontstaansgeschiedenis van de VOC die in 1602 begon.

Schepen als de Halve Maen (1609), de Eendracht  en de Hoorn (1615) kiezen het ruime zeepsop voor onbekende routes  langs de noord of de zuid via de  Azoren, langs  Afrika en Australië, om na 30.000 km aan te meren bij de Indonesische eilanden en er handelswaar als kruiden, koffie en thee in te slaan. Voor het eerst kunnen 17e eeuwers beleggen op langere termijn. Met honderden aandeelhouders wordt de VOC de eerste Nederlandse multinational. Het verdiende geld circuleert als  kolkend bloed getuige bijvoorbeeld de polders van de Beemster als het speeltje van de top 500 uit de toenmalige Quote voor hun buitenverblijven. De Amsterdamse schouwburg opent haar deuren in 1637, Vondel, Bredero, Hooft zijn de literaire helden, Rembrandt, Potter en Hals  bouwen een schilders bestaan op dankzij de economische groei en de ijdelheden van onze vroegere burgemeesters en kooplieden.

350 Jaar geleden  maakten Terschelling en Vlieland een ramp mee die dit jaar wordt herdacht:De Engelse furie van 1666. Eerlijk gezegd laat mijn geheugen me over deze furie wat in de steek, maar gelukkig biedt Wikipedia zoals altijd uitkomst om je kennis te vergroten.

Op 19 augustus 1666 voer de Engelse Marine naar Vlieland en vernietigde op de Vlieree meer dan 150 Nederlandse koopvaardijschepen die in de luwte van het eiland lagen te wachten op juiste wind voor de Oostzee handelsvaart. De Engelsen gebruikten hiervoor zogenaamde branders. Dit waren kleine, soms buitgemaakte of oude, schepen die vol lagen met brandbaar materiaal, zoals pek en kruit. Deze branders werden met opzet aangestoken en dan in de richting van een vijandige vloot gestuurd om de vijandelijke schepen te vernietigen. Bij deze actie verloren ruim 2000 mensen het leven. De volgende dag wilde de Engelse admiraal Robert Holmes het dorp Vlieland platbranden, maar omdat het tij en de wind ongunstig waren en een donderbui het Engelse kruit natmaakte,  gaf Holmes opdracht om West-Terschelling plat te branden. Men nam aan dat zich op Terschelling een deel van de magazijnen van de staat en de  Oost-Indische Comapagnie bevonden. De Brandaris, uit 1594, was in 1666 een van de weinige overgebleven gebouwen nadat de Engelsen het dorp West-Terschelling in brand hadden gestoken. Door een loterij, hulp van doopsgezinden aan de wal en belastingvoordelen van de gewestelijke overheid (Holland) kon het dorp weer binnen een paar jaar worden opgebouwd.

De vernietigingsacties  werden door de Engelsen betiteld met Holmes’ Bonfire naar de aanvoerder van de slag Sir Robert Holmes. Nederlanders spraken op hun beurt van d’Engelsche furie. Deze “overwinning” van de Engelse marine werd uitbundig gevierd in heel Engeland. In Nederland werd – daarentegen – deze voor Nederland grootste maritieme catastrofe snel vergeten. Wekenlang was er geen scheepvaart naar de Oostzee en de Amsterdamse beurs was dagenlang dicht. Een zwarte bladzijde van onze geschiedenis die tot voor kort weinig aandacht kreeg. Dankzij nijvere vorsers van de waddengeschiedenis komt  daar dit herdenkingsjaar van 1666 dus verandering in.

Geschiedenis wordt achteraf gemaakt door mensen. Schrijvers, historici, archievenwroeters en documentenuitpluizers maken het verleden toegankelijk voor ons als leken. Noeste arbeid en jarenlange studie monden dan uit in min of meer leesbare publicaties. Onze fantasie wordt geprikkeld, we kunnen ons vandaag en morgen  inleven in de wereld van gister en eergister. Met dank aan de vorsers van het verleden zoals de publicist Jan Houter, alias Jan van Vlieland en de historicus Anne Doedens. De vruchten van het zoekwerk zijn verschenen in de kloeke publicatie 1666: het Vlie Brandt in twee versies: een wetenschappelijke  en een publieksversie.  Deze publicatie heeft zonder twijfel een belangrijke rol gespeeld bij de oprichting van de stichting 1666 op zowel Vlieland als Terschelling en alle activiteiten die deze zomer plaatsvinden met als hoogtepunten op 19 augustus een beeld- en geluidsshow op het Brandarisplein en in de buurt van De Richel een kunstzinnige visualisatie van hoe de 170 schepen in de brand zijn gestoken. Toch wel bijzonder hoe een ramp en schrijvers twee eilanden dichter dan ooit bij elkaar brengen. IJs, brand en ongelukken verbroederen, las ik ergens. Ook iets om te vieren?

Boekentips

Anne Doedens  & Jan Houter, 1666: het Vlie Brandt

In kleur geïllustreerde groot-formaat boek vertelt voor een breed publiek het verhaal van de twee rampen die het Waddengebied teisterden in 1666. Deze totaal vergeten gebeurtenissen deden destijds de Republiek op zijn grondvesten trillen. Vlieland en Terschelling waren van groot belang voor de handel en scheepvaart in de Gouden Eeuw. De Engelse aanval op een handelsvloot die bijna 200 schepen naar de bodem joeg, plus de brand die op Terschelling woedde, leidden tot gejuich in Engeland. De schade liep in de miljoenen. De befaamde Tocht naar Chatham van De Ruyter in 1667 werd Nederlands wraak. Uitgever: Uitgeverij van Wijnen juni 2014 €28,50

Kitty Nooy, De ramp van 1666

Riemer woont op Vlieland. Op een dag ziet hij een grote Engelse oorlogsvloot voor de kust varen. Het is augustus 1666 en Nederland zit midden in een oorlog met Engeland. Tot nu toe werden de slagen op zee uitgevochten, maar op dat moment ligt de gehavende vloot van admiraal de Ruyter in Zeeland. Dus wat doen die Engelsen voor de Vlielandse kust? Er volgt een ramp van enorme omvang. Een vergeten ramp die nooit in onze schoolboeken terecht is gekomen. Kitty Nooy (Amsterdam, 1966) studeerde Nederlands en schreef een aantal historische jeugdverhalen waarvan deze als eerste in boekvorm verschijnt. Geïllustreerd door de Terschellinger kunstenaar Frans Schot. Uitgever: Flevodruk Harlingen april 2014 €12,50

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.